Ervaringen


Inleiding

Mijn audiofiele ervaringen zijn pas echt begonnen in 2013. Daarvoor heeft het zich beperkt tot het luisteren naar mijn Hi-Fi-installatie. In 2013 ben ik begonnen met het bouwen van een PC om muziek af te spelen naast de CD-speler. Met name de software bleek een lastig punt. Maar de inspanningen leverde resultaten op. De muziek PC had uiteindelijk een betere geluidskwaliteit dan de CD-speler.

Een paar jaar daarna wachtte mij een grotere uitdaging. Verhuisd naar mijn nieuwe woning, de Hi-Fi-installatie opgesteld en …….. een dreunende bas. Zodanig dat je niet van de muziek kon genieten. Wat nu? Een meetmicrofoon en -software aangeschaft en aan de slag gegaan met de positie van de luidsprekers en de afstelling van de sub(woofer). Het resultaat geen dreunende bas meer en een meer dan acceptabele geluidskwaliteit. Achteraf gezien blijkt dit een hele belangrijke stap te zijn geweest. Deze stap heeft gezorgd voor een solide basis van de geluidskwaliteit van mijn Hi-Fi-installatie.

In dezelfde periode leerde ik ook een collega (die ik inmiddels wel een vriend kan noemen) op mijn werk kennen die ook een audiofiel is en net bezig was zijn installatie te verbeteren. Je gaat naar elkaars installatie luisteren en hoort dat de andere installatie op sommige punten beter is. Dit leverde een gezonde concurrentiestrijd op waarbij veel dingen uitgeprobeerd zijn en heel veel ervaring opgedaan is. Met als huidig resultaat twee Hi-Fi-installaties die naast veel duurdere Hi-Fi-installaties geplaatst mogen worden zonder ons te hoeven schamen. We hebben recent nog vaak tegen elkaar gezegd dat we een paar jaar geleden nooit gedacht hadden dat we dit resultaat konden bereiken. En we hebben nog veel ideeën voor verdere verbeteringen.

Ter volledigheid of ter verduidelijking, onderstaand heb ik mijn(/onze) opgedane ervaringen beschreven om tot een Hi-Fi-installatie te komen met een geluidskwaliteit die die van veel duurdere Hi-Fi-installaties benadert. Dit wil niet zeggen dat dit de enige manier is. Zonder meer zijn er nog andere manieren om een vergelijkbaar resultaat te bereiken. Doe uw voordeel met de onderstaande beschreven ervaringen en mogelijk hebt u in de toekomst ook een Hi-Fi-installatie met een geluidskwaliteit die die van veel duurdere installaties benadert zonder dat u er een klein fortuin aan hebt uitgegeven.

Belangrijke uitgangspunten bij de verdere beschrijving van de ervaringen

Drie belangrijke uitgangspunten zijn gehanteerd, als eerste een neutraal geluid van de gehele installatie en van de afzonderlijke componenten. Op de langere termijn is dit het prettigste om naar te luisteren. Plus componenten in de installatie kunnen makkelijk gewisseld worden om te experimenteren, en natuurlijk om de installatie te verbeteren, zonder dat daardoor ook andere componenten gewijzigd moeten worden.

Het tweede uitgangspunt is een lastigere: een hoge geluidskwaliteit tegen redelijke kosten. Iedereen die serieus met Hi-Fi is bezig geweest weet dat om de hoogste geluidskwaliteit te bereiken alles telt. Dus met een oneindig budget zou je alle delen in de Hi-Fi-keten op het hoogste niveau moeten brengen. Mocht u behoren tot deze groep dan verwacht ik niet dat u mijn ervaringen zult lezen. Hoogst waarschijnlijk hebt u al iemand ingeschakeld die dit alles voor u doet. Dus ik richt mij tot die grote groep overgeblevenen die het met een beperkt(er) budget moeten doen.

En als laatste en belangrijkste, je kunt pas beginnen te spreken van een goede geluidskwaliteit van een installatie wanneer minimaal aan de vereiste is voldaan dat de muziek je boeit en je niet wilt stoppen met luisteren.

De belangrijkste component van een Hi-Fi-installatie

De luisterruimte! Misschien verwachtte u deze niet, maar de luisterruimte heeft een grote invloed op de geluidskwaliteit. Neem bijvoorbeeld een nieuwe woning met een woonkamer zonder meubels en gordijnen. Klap in uw handen en u hoort een hol geluid met echo. Dit zijn de resonanties van de midden en hoge tonen. Het aankleden van de luisterruimte met meubels, gordijnen/wandbekleding en een vloerkleed zorgt voor een demping van deze tonen. Met de handen klap test krijgt u al een goede indruk of de aankleding van de luisterruimte voldoende is of niet. Overdrijven is ook niet nodig, de ruimte gaat dan doods klinken. Soms is het gunstiger vanwege esthetische en/of praktische overwegingen om in een woonkamer of een speciale luisterruimte te werken met speciale akoestische elementen die de midden en hoge tonen beter (willekeuriger) verspreiden en/of dempen.

De bovenstaande aanpak van de midden en hoge tonen is in de meeste gevallen al voldoende. Blijven over de lage tonen, de bas. Vrijwel iedere luisterruimte heeft in meer of mindere mate een probleem met resonantiefrequenties van de lage tonen, vaak ervaren als het “dreunen van de bas” . Dit komt door de beperkte afmetingen van onze luisterruimten. Zodra de kleinste afmeting van de luisterruimte pak ‘m beet groter is dan 10 meter dan zijn de bas problemen voor ons menselijke oor niet meer waarneembaar. Dit is één van de redenen dat de muziek in een concertzaal zo goed klinkt.

Een bas die niet zo goed klinkt als hij zou kunnen klinken, uit zich o.a. in één bastoon die overheerst, de bastonen zijn niet “strak” en de verschillende bastonen kunnen niet of niet goed van elkaar onderscheiden worden. Maar ook de veelvouden van deze bastonen beïnvloeden de midden en hoge tonen. Bij het verbeteren van de bas tonen ervaart men ook een verbetering van de midden en hoge tonen. Daardoor is een goede bas zo belangrijk, het vormt het fundament van de geluidskwaliteit van de Hi-Fi-installatie.

Het verbeteren van de kwaliteit van de bas is een lastige. Wat bij de midden en hoge tonen met beperkte middelen kan, daarvoor heb je bij de bas al snel grote middelen nodig qua afmeting. Niet praktisch in onze luisterruimten, zeker niet in een woonkamer die met de rest van de familie gedeeld moet worden. Een compromis is het gebruik van relatief kleine luidsprekers die niet zoveel geluid in de luisterruimte kunnen “pompen”. Dit doet wel afbreuk aan de geluidsbeleving. De plaatsing van de luidsprekers verder van hoeken en de achterwand helpt ook wat. Een redelijk compromis kan hiermee bereikt worden als de luidsprekers 1 a 1,5 meter de luisterruimte in geplaatst kunnen worden. In een woonkamer is dit vaak al een probleem. Of u moet een hele meegaande vrouw hebben (ik ga er voor het gemak vanuit dat u tot het kalende en grijzende gedeelte van de bevolking hoort). Een suggestie die ik op een andere website tegen kwam: een andere vrouw? U zult begrijpen dat ik hierover geen verdere suggesties of uitspraken kan doen.

Mochten de voorgaande middelen om de kwaliteit van de bas te verbeteren niet mogelijk zijn of onvoldoende resultaten geven, dan blijft als laatste middel over: DSP (“digital sound processing”). Eenvoudig gezegd is dit het aanpassen van de amplitude van de verschillende (bas) frequenties, zodat de resonanties worden weggenomen. Mits goed aangepakt, en ik herhaal mits goed aangepakt kan dit hele goede resultaten opleveren.

DSP kan men op meerdere manieren toepassen. De meest bekende en voor de hand liggende manier is om dit bij de afspeelapparatuur te doen door het gebruik van een equalizer of “room correction” software afhankelijk van het type van de afspeelapparatuur. Dit is ook meteen voor audiofielen de meeste verafschuwde methode, omdat het gehele frequentiebereik “geprocessed” wordt en daarmee toch een geluidskwaliteit verlies optreedt. Maar hebt u een serieus bas probleem en is dit de enige mogelijke oplossingsmethode dan wegen de voordelen duidelijk op tegen de nadelen.

Een correcte methode om DSP toe te passen is om dit alleen te doen bij de bas frequenties, dit is tot een frequentie van ongeveer 200 Hz. Dit heeft te maken met bepaalde eigenschappen van het menselijke oor waardoor we tot ongeveer 200 Hz bepaalde kenmerken van het geluid niet goed waarnemen en we daardoor zonder verlies van geluidskwaliteit te ervaren het geluid kunnen aanpassen. Dit betekent dat we naar het deel van de luidspreker dat de midden en hoge tonen weergeeft het originele signaal doorgeven en naar het deel van de luidspreker dat de lage tonen (bas) weergeeft het signaal bewerken (“processen”) met behulp van DSP. Dit houdt in een DSP module en aparte versterker voor het basgedeelte van de luidspreker. Deze DSP module en aparte versterker zitten dan vaak in de luidspreker ingebouwd.

Mocht u al luidsprekers hebben of op het oog hebben waarbij deze DSP methode niet mogelijk is, dan is er nog een indirecte methode mogelijk die bijna net zulke goede resultaten kan opleveren. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van een goede kwaliteit sub(woofer). Deze wordt dan zodanig afgesteld dat pieken in de bas tonen weggenomen worden. Afhankelijk van de instelmogelijkheden van de sub kan dit meer of minder nauwkeurig.

De kern van de Hi-Fi-installatie

De kern van de Hi-Fi-installatie wordt gevormd door de combinatie van de luidspreker en de versterker. De luidspreker is hierin de meest bepalende, omdat deze moet “passen” in de luisterruimte. Niet te klein om een goede geluidsbeleving te geven en niet te groot om geen onoplosbare bas problemen te geven. Moeten de luidsprekers klein zijn i.v.m. de afmetingen van de ruimte en/of esthetische overwegingen dan kan de toevoeging van een sub(woofer) de oplossing zijn. Zijn de luidsprekers relatief groot voor de ruimte dan is de plaatsing van de luidsprekers heel belangrijk en moet vrijwel zeker DSP toegepast worden op één van de hiervoor besproken manieren.

Verder moeten de luidspreker en de versterker technisch bij elkaar passen. Heel eenvoudig gezegd moet de versterker de benodigde stroom die een luidspreker vraagt kunnen leveren. Of omgekeerd wanneer men de voorkeur heeft voor een bepaalde versterker, bijvoorbeeld een buizenversterker, dan moet de luidspreker niet meer stroom vragen dan de versterker kan leveren.

De keuze in luidsprekers en versterkers is groot. Vaak is er een persoonlijke voorkeur voor een bepaald type en/of merk luidspreker en/of versterker. U goed laten adviseren en luisteren naar de (combinatie) van de gewenste luidspreker en versterker is belangrijk. Bij de keuze van de versterker is het verder belangrijk dat deze de luidspreker makkelijk aan kan sturen, de versterker moet niet “op zijn tenen moeten lopen”. Het signaal dat de versterker naar de luidspreker stuurt kan hierdoor gaan vervormen en juist dat kan leiden tot beschadiging van de luidspreker. Afhankelijk van welke afspeelapparatuur u allemaal op de versterker wilt aansluiten, moet u ook letten op voldoende en de juiste aansluitingen op de versterker.

Afspeelapparatuur

Voor de afspeelapparatuur geldt dat men nastreeft dat deze van een zelfde geluidskwaliteit niveau is als de kern van de Hi-Fi-installatie, de luidspreker-versterker combinatie. Minder en men haalt niet uit de luidspreker en versterker wat mogelijk is. Meer en men hoort niet of nauwelijks het betere geluid van de afspeelapparatuur, omdat de luidspreker-versterker combinatie de beperkende factor is.

Voor een Hi-Fi-installatie kan de afspeelapparatuur globaal verdeeld worden in twee groepen, analoog en digitaal. Een analoog afspeelapparaat is bijvoorbeeld een platenspeler en digitaal afspeelapparaat is bijvoorbeeld een CD-speler. Mijn ervaringen beperken zich tot de digitale afspeelapparatuur. Bij de digitale afspeelapparatuur handelt het zich (vrijwel) altijd om een digitaal bestand in een bepaald formaat dat gelezen moet worden, naar de digitale-analoge omzetter (digital-analog converter, DAC) getransporteerd moet worden en in de digitale-analoge omzetter omgezet moet worden naar een analoog signaal dat aangeboden wordt aan een versterker. Het onderstaande overzicht geeft in vereenvoudigde vorm de voornaamste digitale afspeelmogelijkheden weer.

Bij de eerste digitale afspeelmogelijkheid van een CD via een CD-speler is het CD-loopwerk voor een belangrijk deel bepalend voor de geluidskwaliteit. Het goed “lezen” van een CD blijkt voor audio toepassingen toch lastig te zijn. Het “lezen” voor audio toepassingen moet in principe in één keer goed zijn, terwijl voor computer toepassingen er meer foutcorrectie mogelijkheden zijn.

Bij de tweede digitale afspeelmogelijkheid wordt de CD eerst “geript”, vaak op een aparte computer en soms geïntegreerd in het afspeelapparaat. De CD wordt “gelezen” en gecontroleerd of dit juist is gebeurd. Als dit niet zo is dan worden bepaalde delen van de CD nogmaals gelezen totdat dit juist is gebeurd (dit is dus niet mogelijk als men de CD direct af wil spelen!). Met de juiste “rip”-software is het digitale muziekbestand een kwalitatief exacte kopie van de informatie op de CD. Voor de software om een CD te “rippen” is de keuze simpel als u kwaliteit wilt: dBPoweramp of Exact Audio Copy. De digitale muziekbestanden kunt u lokaal opslaan op bijvoorbeeld een harde schijf of een NAS (“Network Attached Storage”).

Voor het afspelen van uw digitale muziekbestanden moet u deze transporteren naar de DAC. Hiervoor gebruikt u afspeelapparatuur vaak aangeduid met namen als muziek server en streamer. In basis zijn dit allemaal computers. Vaak met speciale geselecteerde hardware componenten, een geoptimaliseerd besturingssysteem (gebaseerd op Windows of Linux) en een programma waarmee u een interactie heeft om de digitale muziekbestanden af te spelen (het “afspeelprogramma”). Wat u ziet op het scherm van het “afspeelprogramma” en de mogelijkheden die dit programma voor u biedt, zijn vaak bepalend voor welk “afspeelprogramma” u kiest. En er zijn een heleboel van deze “afspeelprogrammas”, gratis en niet gratis. Maar het is goed u te realiseren dat dit “afspeelprogramma” met het geoptimaliseerde besturingssysteem en de speciale geselecteerde hardware te samen de geluidskwaliteit bepalen. En om het voor u nog moeilijker te maken bestaat deze afspeelapparatuur soms niet uit één fysiek apparaat, maar uit meerdere apparaten in een keten om functies te scheiden en het signaal tussendoor “op te schonen” allemaal met het doel een nog betere geluidskwaliteit te bereiken. De geluidskwaliteit van het digitale pad is inmiddels op net zulk hoog niveau gekomen als dat van het analoge pad. Maar u zult begrijpen uit het voorgaande, laat u goed adviseren!

Het afspelen van een digitaal muziekbestand van een streamingdienst is in principe hetzelfde als het afspelen van een lokaal opgeslagen muziekbestand. Uw “afspeelprogramma” moet alleen deze mogelijkheid bieden en u moet geabonneerd zijn op de betreffende streamingdienst.

Helaas voor degenen die verwacht hadden dat het digitale pad minder kritisch zou zijn dan het analoge pad (“het zijn toch maar nulletjes “0” en eentjes “1”, wat kan daar mee misgaan?”). Ook hier geldt dat alles telt om een goede geluidskwaliteit te realiseren misschien nog wel meer dan bij het analoge pad. Waarom dan het digitale pad kiezen? Dit zijn met name het gebruiksgemak door bediening van de installatie “vanuit de stoel” via bijvoorbeeld een tablet en de mogelijke beschikbaarheid van een veel grotere muziekverzameling via één of meerdere streamingdiensten.

Kabels en stroomvoorziening

Ja, ook kabels hebben een invloed op de geluidskwaliteit. Misschien niet of niet noemenswaardig bij een eenvoudiger stereosysteem, maar wel bij het niveau van de Hi-Fi-installatie dat wij nastreven. De taak van een kabel is om het signaal van de ene component naar de andere component door te geven zonder verlies en zonder verandering (“kleuring” van het geluid). Door de complexe samenstelling van het (elektrische) geluidssignaal blijkt dit moeilijker te zijn dan vaak gedacht. Dit wordt beïnvloed door de kabel zelf (materialen, geometrie), door de aangesloten componenten en door invloeden van buitenaf (elektromagnetische straling van lage tot hoge frequenties).

Als we iets verder op de constructie van een kabel ingaan dan zijn in basis van belang: de geleider, de isolatie van de geleider en de vorm waarin de verschillende geleiders in een kabel zijn samengesteld. Voor de geleider worden normaal gesproken in oplopende materiaalprijs koper, zilver of een zilver-/goudlegering gebruikt. Het belangrijkste wat hier opgemerkt kan worden is dat men beter voor een (hele) goede kwaliteit van een in basis goedkoper geleidermateriaal kan kiezen dan voor een mindere kwaliteit van een in basis duurder geleidermateriaal. De kwaliteit van een geleider wordt bepaald door de zuiverheid van het materiaal, een minimaal aantal kristalgrenzen in het materiaal en de (gladde) afwerking van het oppervlak van de geleider. De isolatie om de geleider is ook belangrijk, deze heeft (helaas) een interactie met de geleider. De meest ideale isolatie is (voldoende) lucht, maar dit maakt de constructie van de kabel heel lastig en daardoor ook duur. De twee andere isolatiematerialen die zich bewezen hebben zijn PTFE en XLPE of een variant hierop. De vorm waarin de verschillende geleiders in een kabel zijn samengesteld wordt grotendeels bepaald door het signaal dat door de kabel gaat. Voor een luidsprekerkabel waar veel stroom en met een grote variatie door gaat zijn de geleiders anders samengesteld dan voor een interconnect waar veel minder stroom doorheen gaat. Verder is het nog mogelijk een kabel af te schermen door een metalen omvlechting voor de hoog frequente elektromagnetische straling van buitenaf. Soms heeft dit een positieve uitwerking op de geluidskwaliteit, soms ook een negatieve.

Bij een kabel zijn niet alleen de geleiders, maar ook de connectoren/stekkers van belang voor een goede doorgifte van het signaal. Ook hier zijn de gebruikte materialen en de constructie van belang. Bij de constructie is bijvoorbeeld de kwaliteit van het contact met de geleider belangrijk. Een slecht contact heeft signaalverlies tot gevolg. Ja ik weet het grootste gedeelte van het signaal gaat nog steeds door het contact en dat is voor de meeste toepassingen geen probleem, maar voor een goede Hi-Fi-installatie willen we geen signaalverlies! Dit betekent ook dat het contact dat de pennetjes van de ene connector met de andere connector maakt belangrijk is. Zorg dat deze pennetjes schoon zijn, vrij van corrosie/aanslag en niet beschadigd zijn. Met andere woorden, ga voorzichtig met uw kabels en ook connectoren/stekkers om. Dit merkt u terug in een betere geluidskwaliteit.

Een vaak gestelde vraag is wat verstandig is om uit te geven aan kabels. Het is hier lastig een goed antwoord op te geven. De ene component in de Hi-Fi-installatie is gevoeliger voor een betere kwaliteit kabel dan de andere. Maar als uitersten kan wel gezegd worden dat een kabel uit de bouwmarkt niet de geluidskwaliteit zal halen die wij op het oog hebben en dat een kabel die net zo duur is als de componenten waarop deze aangesloten is niet een verstandige investering is. Een andere vaak gestelde vraag is in welke kabel men als beste als eerste kan investeren om de geluidskwaliteit te verbeteren. Algemeen gesproken is de volgorde: luidsprekerkabel, interconnect en stroomkabels.

Eén van de kabels is de stroomkabel. De kwaliteit van de stroomkabels is van belang, maar ook de “kwaliteit” van de stroom die hier doorheen gaat. Helaas is de “kwaliteit” van de stroom vaak niet al te best door andere apparatuur (bijvoorbeeld van de industrie) die de stroom vervuild op het elektriciteitsnetwerk en door andere apparatuur binnenshuis. Deze vervuiling kan meer zijn dan u verwacht. Een grap binnen de audiofielen is dat het beter is om ’s nachts naar de Hi-Fi-installatie te luisteren, omdat dan de “kwaliteit” van de stroom beter is. Een grap, maar wel één met een kern van waarheid. De vervuiling van buitenaf kan men verminderen door een stroomfilter geschikt voor Hi-Fi-installaties toe te passen. Men moet wel opletten dat deze de stroom naar de versterker niet beperkt anders neemt met name de dynamiek van het geluid af.

Een verbetering om de invloed van vervuiling van de stroom binnenshuis te verminderen is om een aparte kabel vanaf de meterkast naar de Hi-Fi-installatie te gebruiken waarop geen andere apparaten dan de Hi-Fi-componenten zijn aangesloten. Ook kan men hiervoor dan een betere kwaliteit kabel gebruiken met een grotere geleider doorsnede dan de standaard installatiedraad in huis. Meestal is deze kabel van een redelijk lange lengte en is afscherming dan aan te bevelen. Deze afscherming bestaat uit een metalen omvlechting en/of folie. Het materiaal koper heeft hiervoor de voorkeur boven staal. Met de informatie als eerder besproken: geleiders van een goede koper kwaliteit, isolatie om de geleiders van PTFE of XLPE (of een variant hierop), een geleider doorsnede van 4 mm2 (of iets groter, maar wel lastiger te verwerken) en afgeschermd (bij voorkeur koper). Mocht u deze stap nemen dan is het advies om deze kabel aan te sluiten op een aparte groep in de meterkast met een speciale audiofiele smeltzekering i.p.v. de standaard installatie automaat. Allemaal kleine maar waarneembare stapjes om de geluidskwaliteit te verbeteren.

Afsluiting

In een boek heb ik ooit gelezen dat je het luisteren naar een Hi-Fi-installatie kunt vergelijken met het lezen van een boek dat ligt achter een hele serie glasplaten. Als één van deze glasplaten niet volkomen doorzichtig is, dan wordt het lezen bemoeilijkt en mis je details. Als meerdere glasplaten van een mindere kwaliteit zijn dan moeten deze allemaal verbeterd worden, maar het is ook heel lastig te bepalen welke glasplaat de minste is en die je dus als eerste wilt verbeteren om het meeste resultaat te boeken. Met de componenten van een Hi-Fi-installatie is het hetzelfde, welke component kun je het beste verbeteren om de meeste winst in geluidskwaliteit te behalen? Zoals u inmiddels wel begrepen zult hebben is er niet die ene “klapper” waarmee u uw Hi-Fi-installatie gigantisch kunt verbeteren. Het zijn allemaal klein stapjes die te samen wel die gigantische “klapper” vormen.

Soms kunt u met gezond verstand al een beetje bepalen welke component de minste is. Maar wilt u nog een stap verder gaan dan zult u uw installatie goed moeten leren kennen. Ga naar andere, betere installaties luisteren en noteer op welke punten het geluid van deze installaties beter is dan uw installatie, bijvoorbeeld een strakkere bas of meer detail in de hoge tonen. Dit geeft een indicatie welke componenten voor verbetering vatbaar zijn. Probeer kleine wijzigingen in uw installatie uit en luister naar de verschillen (hopelijk verbeteringen) in het geluid. Experimenteer met de plaatsing van uw luidsprekers, dit is gratis (kost alleen enige moeite). Markeer voordat u dit gaat doen wel de oorspronkelijke positie van de luidsprekers bijvoorbeeld met tape, zodat u de luidsprekers weer op de oorspronkelijke positie terug kunt zetten wanneer dit toch de betere positie bleek. En gewapend met deze informatie en ervaringen kunt u beter advies vragen.

Mocht u nieuwe componenten uit proberen in uw installatie geef deze dan enige tijd voordat u kritisch luistert. De geluidskwaliteit van de Hi-Fi-installatie die wij nastreven is van een hoog niveau en kleine verschillen zijn daarbij hoorbaar. Nieuwe componenten of zelfs contacten die los genomen zijn hebben enige speeltijd nodig om zich te “settelen”. Heel globaal gesproken moet het eerste uur speeltijd de geluidsbalans zich “settelen”. U kunt dit zelfs ervaren alsof er iets mis is met uw installatie. Tot 10 uur speeltijd brengt een verbetering in de details. Tot 100 uur speeltijd verbeteren de fijne details, bijvoorbeeld de hoge tonen worden vloeiender. Na 100 uur speeltijd kan de geluidskwaliteit mogelijk nog iets verder verbeteren, maar dit zal heel subtiel zijn.

Realiseer u ook dat de Hi-Fi-installatie die wij nastreven een gevoelig instrument is. Kleine veranderingen in bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheidsgraad, de fase van inspelen van de componenten en de stroom via het elektriciteitsnetwerk hebben allemaal invloed op de geluidskwaliteit en zijn subtiel waarneembaar. De ene keer dat men luistert kan het geluid net iets anders (beter/slechter?) klinken dan een andere keer. Ook onze eigen gemoedstoestand heeft een invloed op hoe we het geluid de ene en de andere keer ervaren. Dit is normaal en niet om ongerust over te worden. Het belangrijkste is dat men kan genieten van de installatie, met plezier luistert en dat men af en toe de bonus heeft dat alles op zijn plek lijkt te vallen en je een fantastische luisterervaring hebt.

Veel luister plezier!